Economische keuze van kolommen
Bestaande paardenstallen worden uitgebreid met een kantine van ca. 54 m2 een doorgang van ca. 31 m2 met toilet van ca. 3 m2, een kantoor van ca. 28 m2, sanitaire ruimtes van ca. 16 m2. Het dak van het geheel wordt vóór de gevel gedragen door een eikenhouten spant, in de gevel door een stalen spant en ongeveer halverwege de zijgevels door een stalen spant. De stalen spanten zijn onderling verbonden met stalen liggers, waardoor een ruimtelijk vakwerk ontstaat. De dakhelling bedraagt 20°. Omdat er zowel in de voor- als in de zijgevel veel ramen gepland zijn, worden daar geen windverbanden geplaatst. Daarom zijn de kolommen onderaan ingeklemd.
De vervormingseisen zijn bepalend voor de dimensionering van de constructie. Stel dat de x-richting evenwijdig aan de voorgevel loopt en de y-richting loodrecht op de voorgevel. Door één paar korte kolommen een hoge stijfheid in de x-richting te geven en een ander paar korte kolommen een hoge stijfheid in de y-richting, ontstaat een economische constructie. De andere kolommen kunnen dan relatief licht ontworpen worden. Binnen de eisen van de regelgeving (in Nederland het Bouwbesluit) blijven nog veel variabelen over, waarmee verder geoptimaliseerd kan worden tot een economisch resultaat.
